Groei wereldbevolking

Foto van Ward Bosmans

Er is wel iets bijzonders aan de hand met de wereldbevolking. Deze is tienduizenden jaren beneden de 500 miljoen gebleven. Vooral vanaf 1750 kende de wereldbevolking een spectaculaire groei. Op dit ogenblik zijn we 6 miljard 800 miljoen. Tegen 2040 zouden we de 9 miljard bereiken. Naar de toekomst toe wordt verwacht dat de groei zal afnemen, om daarna een evenwicht te bereiken. De voorspellingen verschillen erg. De gegevens in deze tekst komen van het United States Census Bureau en van de UNO. Over de verre toekomst spreekt men zich eigenlijk niet uit, onder meer omdat er rekening wordt gehouden met een mogelijke catastrofe door overbevolking. Mijn bronnen komen voornamelijk uit Wikepedia, uit artikels met duidelijke referenties, bronnenvermelding en bibliografieën. (“World popultion”, “Demografic transition” en “Food security”).

Hoe kan die plotse groei worden uitgelegd? En kunnen we daaruit afleiden wat er aan te doen is?

Bijgaand een verklaring van de groei in vier ontwikkelingsfasen. Het gaat om een theoretisch model, het “Demographic transition model” (DTM). De oorsprong van deze theorie ligt bij de Amerikaanse demograaf Warren Tompson en werd voor het eerst naar voor gebracht in 1929. Later werd aan de theorie nog een vijfde fase toegevoegd.

 

 

Eerste fase: de pre-industriële samenleving.

In deze samenleving, die bij ons als “primitief” benoemd wordt, is er een hoog geboortecijfer en een hoog sterftecijfer. Beide houden elkaar in evenwicht. De bevolking groeit niet. Kinderen worden in de lokale economie ingezet en vormen als ze overleven een bestaanszekerheid voor hun ouders. Kinderen opvoeden betekent nauwelijks meer dan hen voeden. De bevolkingsstructuur is jong omdat weinigen overleven. Zie grafische voorstelling na fase vier.

Fase Twee: een land in ontwikkeling

Een verbetering in de voedselvoorziening en gezondheidszorg leidt tot een sterke daling van het sterftecijfer. Daardoor treedt een plotse groei van de bevolking op. Bevolkingsgroei is dus geen direct gevolg van de stijging van het geboortecijfer, maar van een daling van het sterftecijfer.

We weten inderdaad reeds uit andere bronnen dat zelfs een geringe stijging van het bbp op korte termijn leidt naar een drastische daling van de kindersterfte en een stijging van de levensverwachting bij geboorte.

 

In Europa ontstond die ommekeer door de “Landbouw Revolutie” in de 18° eeuw. Op wereldvlak duidt men de “Green Revolution” aan als oorzaak van de bevolkingsexplosie.

Die ontwikkeling leidt tot een sterke wijziging van de bevolkingsstructuur naar leeftijd. Het wordt nu een piramide.

 

Fase drie: een ontwikkeld land

In deze fase groeit de economie, de tewerkstelling, de lonen, de sociale zekerheid. Onderwijs komt ter beschikking van iedereen, en, wat essentieel is, ook voor meisjes.

Er is geen noodzaak meer aan kinderrijkdom. Integendeel, er is een reactie dat je gemakkelijker welvaart bereikt als je met minder moet delen. Kinderen opvoeden kost veel, en ze dragen niet meer bij tot het inkomen van het gezin. Verstedelijking leidt er toe dat de traditionele waarden van vruchtbaarheid en kinderrijkdom afkalven. Vrouwen nemen deel aan het economische en sociaal leven en wensen hun bestaan niet meer uitsluitend te besteden aan het opvoeden van kinderen.

Het geboortecijfer daalt, omdat mensen de familiale groei bewust overwegen, en ook over de kennis en de middelen beschikken om aan familiale planning te doen.

De structuur van de bevolking inzake leeftijd wordt kogelvormig. Minder jongeren, en dalende sterftecijfers. Mensen worden ouder. In deze periode spreekt men van een “demografisch dividend”. De grote middengroep werkt en verdient. Er zijn minder kinderen ten laste, en de ouderen werken lang.

 

Fase vier: verzadiging

Geboortecijfers en sterftecijfers blijven laag. De bevolking is stabiel, ze groeit niet meer.

In een aantal landen doet zich een tendens voor waarbij het geboortecijfer onder het reproductiecijfer (2,1 kinderen per gezin) daalt, en het sterftecijfer laag blijft. (Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Portugal, Griekenland, Japan, China, Zuid Korea, Cuba, Singapore,Thailand, Singapore….). Voor de continuering van het economische model zoals dat in fase drie verloopt gaat dit problemen stellen: vergrijzing van de bevolking, een groeiend deel van de bevolking is afhankelijk van een krimpend deel actieven, vermindering van de economische activiteit….

De bevolkingsstructuur qua leeftijd gaat de vorm aannemen van een uitgerokken ballon.

 

Vijfde fase?

Het model dat we aanhaalden houdt het bij vier ontwikkelingsfases. Een aantal wetenschappers stellen dat er een vijfde fase moet beschreven worden voor landen die een transitie doormaken van een economie gebaseerd op de klassieke manufactuur industrie naar een economie gebaseerd op diensten en kennis, wat zij de-industrialisatie noemen.

Dit sluit aan bij de tendens waar fase vier in heel wat landen op uitloopt: daling van het geboortecijfer beneden de reproductie drempel, en een stijgend sterftecijfer te wijten aan welvaartsziekten zoals obesitas en diabetes. In de visuele voorstelling gaat dit de richting uit van een ballon.

Hieronder dan een grafiek die de bevolkingsontwikkeling toont volgens deze theorie in de vijf fasen. Even samenvatten.

 

In fase 1. lage bevolkingscijfers (rode lijn, onderaan in fase 1). Geboortes (purperen lijn) en sterftes (blauwe lijn) houden elkaar in venwicht op een hoog niveau (lijnen bovenaan in fase 1).

In fase 2. daalt het sterftecijfer sterk. De geboortes volgen nog niet evenredig.

Fase 3. ook de geboortes dalen. In fase twee en drie stijgt het bevolkingsaantal exponentieel.

Fase 4. geboortes en sterftes vinden en nieuw evenwicht. De groei van de bevolking wordt minder sterk.

Fase 5. geboortes dalen, het sterftecijfer begint een stijgende tendens te vertonen. Het bevolkingsaantal stagneert eerst en gaat dan dalen.

 

 

Bedenkingen

1. We moeten voor ogen blijven houden dat het hier gaat om een theoretisch model dat de plotse groei van de wereldbevolking vanaf 1750 - met een aanzet in Europa in de late Middeleeuwen - tracht te verklaren. Voor wat de situatie in het verleden betreft, lijkt die verklaring plausibel. Wanneer door een sterke verbetering van voedselvoorziening en hygiëne de kindersterfte met de helft daalt, dan betekent dit dat die helft de volwassen leeftijd zal bereiken en op zijn beurt kinderen op de wereld zal brengen, met een nog lagere kindersterfte Dan kunnen we ons wel voorstellen dat dit leidt tot een bevolkingsexplosie die zich uitdrukt in een meetkundige reeks.

Volgens dit verklaringsmodel zijn een aantal alom verspreide opvattingen over het bevolkingsvraagstuk onjuist. Denken de meeste mensen niet dat de bevolkingsexplosie te wijten is aan groei van het aantal geboortes bij mensen “die kweken zoals konijnen”? Dit klopt dus helemaal niet. De bevolkingsexplosie is in eerste instantie te wijten aan een daling van het sterftecijfer. Mensen die ouder worden, vergroten de bevolking.

Ook over de plaats waar de bevolkingsgroei zich relatief het sterkst voordoet is de “commom opninion” fout, als ze die situeren in Azië, bij “de Chinezen en de Indiërs”.

Onderstaande grafiek toont dit aan. Ze geeft de verhoudingen weer van de bevolkingen van de verschillende werelddelen op de totale wereldbevolking. Azië maakt zowat 60 % uit van de wereldbevolking, maar dat is altijd zo geweest. Het aandeel van Azië in de wereldbevolking daalt de jongste jaren (na 2000), en zal naar verwachting blijven dalen. De oorzaak ligt niet alleen bij een actuele daling van het geboortecijfer in China onder de reproductiedrempel. Wellicht verkeren die landen in Zuid- en Oost Azië al sedert eeuwen in hun eigen fase 3. Een wijziging op termijn in de verhoudingen tussen de continenten inzake hun aandeel in de wereldbevolking is eveneens te wijten aan het feit dat het aandeel van Europa en Noord Amerika daalt. De grote “groeiers” zijn Afrika en Zuid-Amerika.

 

Van boven naar beneden gelezen in 1750: Azië, Europa, Afrika, Latijns Amerika, Noord Amerika, Oceanië.


2. Al geeft het concept DMT een verklaring voor de groei tot nu toe, de vraag is of het ook een voorspellende waarde heeft. Dit moet toch wel met zeer grote omzichtigheid worden behandeld.

Als het model ook voorspellend zou zijn, dan ligt de conclusie voor de hand. Het probleem zal zich van zelf oplossen. Zorg er voor dat de ganse wereldbevolking zo snel mogelijk de vier fasen van de ontwikkeling volgt, en de groei stopt. Je hoeft er dus niets aan te doen. Enkel zorgen voor economische groei wereldwijd.

Een conclusie is ook dat het geen zin heeft trachten in te grijpen op het aantal geboortes. Mensen worden maar vatbaar voor geboortebeperking in fase 3. En dat komt van zelf. Voordien hoef je er niet aan te beginnen. De overheid hoeft dus helemaal geen politiek van geboortecontrole te voeren.

 

3. Het model geeft ook aanleiding tot heel rare bedenkingen. Ik formuleer ze puur als denkoefening, als een uitdaging tot discussie.

3.1. De bevolkingsgroei heeft in eerste instantie te maken met een daling van het sterftecijfer. Als we dan zouden willen dat de bevolkingsgroei stopt, waarom willen we dan alleen werken aan de zijde van de geboortecijfers? Als mensen ouder worden groeit de bevolking ook.

De vraag die dan rijst is of we ons zo extra moeten inspannen om mensen zo lang mogelijk te laten leven. Wij vinden dit vanzelfsprekend, maar is het dat wel? Als het aantal plaatsen op aarde beperkt is, is het dan zo evident dat die moeten voorbehouden worden aan ouderen, en dat potentieel leven het recht op ontstaan wordt ontzegt? Wij denken vanuit een individueel recht op leven, maar is leven enkel iets wat individueel bestaat? Is er ook geen collectief recht op leven, voor de ganse mensheid, en voor toekomstige generaties? En wat zijn daar dan de consequenties van?

Gevaarlijke redenering. Roept zo connotaties op met nazipraktijken. Het zou uiteraard totaal immoreel zijn te gaan denken aan levensbeëindiging van ouderen omdat ze de plaats van jongeren innemen. Anderzijds geven de enorme investeringen die gedaan worden om het leven te kunnen verlengen te bedenken.

Het gevaar dat er in zit als men de bedenking niet durft te formuleren en in discussie te brengen is dat ze onderhuids leeft bij wetenschappers en beleidsmakers. Laat bvb alles maar gaan. Dan stevenen we af op een catastrofe en daarna is het probleem ineens opgelost. Dan is er weer ruimte voor degenen die overleven. Dit scenario is vooral aantrekkelijk als het vooruitzicht is dat de catastrofe zich niet bij ons maar aan de andere kant van de aardbol zal voordoen.

Als we die discussie durven aangaan, dan zal dit ons er misschien toe brengen om anders te denken over het geheel, over aarde en mensen, en over nu en later.

3.2. Een andere rare bedenking ontstaat als we dit demografisch transitiemodel toepassen op de actualiteit, en veronderstellen dat het zal continueren. In de huidige situatie is de helft van de wereldbevolking arm, en bijna één miljard mensen zijn extreem arm, wat wil zeggen dat ze niet of nauwelijks in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Ze verkeren onmiskenbaar in fase 1. Die situatie is bekend, maar wordt er eigenlijk iets efficiënt aan gedaan? In de definitie van armoede volgens de groep rond prof. Jan Vranken (Universiteit Antwerpen) is een van de essentiële kenmerken van armen dat ze niet in staat zijn uit zichzelf uit hun situatie te geraken. Dat geldt dus ook voor armoede wereldwijd. Waarom lukt het dan niet die bevolkingen te ondersteunen om zich naar een groeimodel te begeven?

Wellicht is het ook een ‘onderhuidse’ motivering dat het rijke noorden er geen belang bij heeft het arme zuiden hulp te bieden. In tegendeel. Het schaadt hun belangen. Als arme landen of bevolkingen ertoe komen over te gaan naar fase twee, dan is een lokale bevolkingsexplosie te verwachten. Dat verergert het probleem van de bevolkingsgroei. Bovendien gaan ze dan meer CO2 uitsloten, water verbruiken, energie en grondstoffen, en ruimte innnemen.waar er nu al een tekort dreigt wereldwijd. Het is eenvoudiger als dat niet gebeurt. Het is dus in het belang van de rijken dat de armen arm blijven. Een beetje ontwikkelingshulp kan de schijn redden. Als die arme landen zich niet ontwikkelen hoeven de rijke landen niet of minder in te binden. Ook hier is er sprake van een “peak”. Vanaf een bepaald ogenblik weegt het voordeel van een nieuw afzetgebied niet op tegen het nadeel te moeten inbinden.

En dan nog zo een rare bedenking. Op TV zijn we vertrouwd geraakt met beelden uit de minst ontwikkelde landen waar we geconfronteerd worden met het feit dat men daar elkaar uitmoordt. Als we de wapens zien waarmee de diverse groepen te keer gaan, dan vraag je je af: waar komen die vandaan? Wie heeft ze gemaakt? Wie heeft ze verkocht? Waar komt het geld vandaan om ze te kopen? En hoe komt het dat daar niet efficiënt opgetreden wordt? We hebben toch internationale instellingen op wereldniveau! Zou daar misschien ook zo een onderhuidse redenering achter schuil gaan? ‘Laat ze maar doen. Voor ons is het een win-win situatie’?

4. Laten we eindigen met de vraag: wat kunnen we doen aan de bevolkingsgroei? Als we het DTM volgen komt het dus vanzelf in orde, alleen houdt dit model niet in de minste mate rekening met de draagkracht van de aarde. Die laat niet toe ieder mens die opeenvolgende fasen van de huidige economische ontwikkeling te laten volgen. Als we nu reeds de draagkracht van de aarde met zo een 25% overschrijden volgens de berekening van de ecologische voetafdruk, dan is dit scenario niet te verantwoorden.

Nochtans lijken die opeenvolgende fasen van ontwikkeling logisch. Het enig mogelijke antwoord is dan dat het om een andere ontwikkeling moet gaan dan degene die we tot nu toe gekend hebben. Dit impliceert niet alleen een ander economisch model, maar ook een ander sociaal en cultureel ontwikkelingsmodel. We kunnen ons die opeenvolging van de fases van DTM niet permitteren. Pas geboortebeperking nadat er materiële welvaart is? Omdat pas als er welvaart is onderwijs en gezondheidszorg zich kunnen ontplooien? We zullen de volgorde moeten omkeren. Ontwikkeling moet beginnen bij onderwijs en gezondheidsvoorzieningen. En dat vraagt een beleidsconcept dat grondig anders is dan wat wij tot nu toe hebben toegepast.

De consequenties voor ons zijn echter bijzonder zwaar. Het gaat er niet alleen om “onderontwikkelde” landen te ondersteunen om hun weg te vinden naar een eigen ontwikkeling. We moeten vooral zelf inbinden. Plaats maken. Dat is een keiharde werkelijkheid die we moeten durven verdedigen. Dat betekent ook dat we een versuikering van een ecologische beleid moeten bestrijden. Zoiets wat iedereen wel kan aanvaarden en wat niets oplost. Uiteindelijk komt het er op neer dat de oplossing van ecologische problemen volstrekt moet verbonden worden aan het oplossen van armoede en ongelijkheid. Dat is de “green deal”.

Theme by Danetsoft and Danang Probo Sayekti inspired by Maksimer